Piep Piep

Een muis en een olifant lopen over een houten brug. Zegt die muis tegen
de olifant: "Wat stampen we lekker he?"

Deze belegen mop schoot door mijn hoofd toen mij een column van een zekere mijnheer Tweety werd toegespeeld. Dit muisje onder de vogels voelde zich in zijn kuif gepikt omdat iemand zijn kwaliteiten als zelfgekroonde meestercolumnist in twijfel durfde te trekken. Uiteraard kan in een discussie over zulk een topic de naam Frank Booth niet lang onvermeld blijven. Niet dat de heer Booth daar zelf om stond te springen, want een columnist van zijn aan genialiteit grenzende kaliber werkt het liefst vanuit de luwte en steekt zijn kop normaliter enkel even boven het maaiveld uit wanneer daar daadwerkelijk aanleiding toe is. Pas als de makers van 'Voice Of Kaalhei' of 'Koempels Pleasuredome' in een gitzwarte Rodanacht het Booth-zoeklicht ontsteken komt de alom geprezen columnist, wanneer hem dat blieft, uit zijn schuilplaats om met een paar ferme literaire tikken de zaak wakker te schudden.
Dat juist deze kwaliteit door het ontstemde vogeltje als hoofdargument wordt gebruikt in zijn omslachtige en slecht geformuleerde aanval op genoemde columnist wekt dan ook verbazing. Zo wordt er parmantig gekoketteerd met 150 stukjes in vijf jaren tegenover 'slechts' vijftien stukjes van Booth in diezelfde periode. Zwelgend in al zijn onwetendheid en verblind door zijn enorme ego, slaat de kanarie de spijker echter precies op zijn kop. Een olifant verbrijzelt met een minimale krachtsinspanning moeiteloos een loods vol porseleinkasten waar een muisje zelfs na 150 rondjes geen enkele schade weet aan te richten.
Deze column is daarvan wederom het onweerlegbare bewijs.

Frank Booth

© Koempels Pleasure Dome