|
Het leek geen makkelijke opgave tussen de uitbeurten
bij Feyenoord en AC Milan in, maar Ajax kende thuis weinig problemen met subtopper Roda JC. De Amsterdammers straften
binnen een half uur verdedigend prutswerk van de Limburgers drie keer af en brachten de drie punten, ondanks wat
weerwerk van Sérgio, vrij eenvoudig over de meet: 4-2.
Opgelucht
kon Ajax-coach Ronald Koeman na een half uur Ajax-Roda JC ademhalen. Zijn door blessures geplaagde elftal had een
lastige avond verwacht in de Arena, maar op het scorebord lichtte een 3-0 tussenstand op. Al te veel zweetdruppels
had dat de thuisclub niet gekost, de Amsterdamse aanvallers profiteerden optimaal van verdedigend geschutter van
de gasten.
Eerst schatte keeper Bas Roorda een hoekschop verkeerd in, zodat Zlatan Ibrahimovic
na doorkopen van Cristian Chivu kon inschieten. Kort daarop mocht de kleine Rafael van der Vaart tussen twee lange
Roda-verdedigers een prima voorzet van Andy van der Meyde inkoppen en na dertig minuten achtte Roorda een driemansmuur
afdoende toen Wesley Sneijder een vrije trap mocht nemen. De jonge middenvelder krulde de bal simpel in de hoek.
Nourdin Boukhari werd door Roda-speler Gregoor van Dijk nog alleen op Roorda afgestuurd, maar de buitenspeler miste
de kans. "Met zulke persoonlijke fouten haal je natuurlijk nooit een resultaat bij Ajax", erkende Roda-aanvoerder
Mark Luijpers.
Ajax hoefde slechts op te letten als Sérgio zich met het spel bemoeide.
Na elf minuten zette de Braziliaan Ivan Vicelich voor een leeg doel, maar die leek van de benen te worden gelopen
door Sneijder. Arbiter Dick van Egmond floot niet. Bij de 3-0 stand verschalkte Sérgio Bogdan Lobont met
een fraaie knal in de kruising, terwijl de Ajax-doelman voor rust nog twee keer een hand achter een schot van de
balvaardige middenvelder kreeg.
Van de voorzichtige druk die Roda aan de hand van Sérgio kort voor rust ontwikkelde, was na de pauze weinig
meer te merken. Omdat ook Ajax, dat Maxwell (enkelblessure) en Van der Vaart (hersenschudding) intussen had zien
afhaken, niet aandrong, was er nauwelijks opwinding meer. Tot Sérgio tien minuten voor tijd de stilte in
de Arena doorbrak met een rake kopbal. Ajax schrok ervan, maar in de tegenaanval herstelde Boukhari de marge, door
de bal langs de buitenspel staande Richard Witschge in het doel te schieten. Omdat Van Egmond geen penalty zag
in duw- en trekwerk van Van Dijk tegen de doorgebroken Jari Litmanen en Boukhari, Witschge en Yannis Anastasiou
nog kansen onbenut lieten, bleef het bij 4-2.
|